Landschapsfotografie is een van de oudste vormen van fotografie, en tegelijk een van de moeilijkste. Niet omdat de techniek complex is. Niet omdat je dure spullen nodig hebt. Maar omdat je werkt met iets dat je niet kunt sturen. Het licht doet wat het doet. De wolken trekken over of niet. De zee is rustig of ruw. Je kunt op een plek staan die op foto's van anderen prachtig is, en op jouw moment ziet het er gewoon vlak en saai uit. Dat is precies waarom het zo verslavend wordt zodra het wel klopt. Die ene avond waarop het licht eerst zacht en dan goud werd, en je achteraf thuis bij de bewerking voelt dat je iets in handen hebt.
Daarvoor doe je het. In dit artikel neem ik je mee door de meest gebruikte objectieven voor landschap, wat ze doen, wat je standaard meeneemt op pad, waar je als landschapsfotograaf op let, en drie bestemmingen waar ik zelf graag eens met camera en statief naartoe zou willen.
De objectieven en wat ze doen
Een hardnekkig misverstand is dat je voor landschap een groothoeklens moet hebben. Het klopt dat groothoek vaak werkt, maar het is bij lange na niet het enige. Sterker, een van de mooiste lessen die je kunt leren is dat het landschap je dwingt om met meerdere brandpunten te denken.
Groothoek, ongeveer 14mm tot 24mm
Dit is de klassieker. Een groothoeklens vangt veel in, geeft diepte en laat zich goed combineren met een voorgrond die de blik het beeld in trekt. Je gebruikt hem voor weidse uitzichten, voor kustlijnen, voor bergketens. Pas op dat je niet alles erin propt. Een groothoekfoto zonder duidelijk onderwerp wordt snel een opsomming.
Standaard zoom, ongeveer 24mm tot 70mm
Onderschat. Veel van de iconische landschapsfoto's zijn gemaakt rond de 35mm of 50mm. Het beeld voelt natuurlijk, vergelijkbaar met hoe je ogen kijken, en je hebt genoeg ruimte om compositie te maken zonder de wereld te vervormen. Als je één lens zou mogen meenemen, kies dan deze.
Telezoom, ongeveer 70mm tot 200mm of langer
Hier wordt het interessant. Een teleobjectief comprimeert de afstand tussen voor- en achtergrond. Bergen voelen groter, lagen mist achter elkaar worden gestapeld, een eenzame boom op een heuvel komt los van de horizon. Voor velen is dit de lens die hun werk een nieuwe richting geeft. Veel landschapsfotografen gebruiken hem inmiddels vaker dan hun groothoek.
Macro of korte tele, voor de details
Niet elke landschapsfoto laat een groot uitzicht zien. Soms is het landschap een patroon in het zand, ijskristallen op een tak, mos op een steen. Een macro of een korte teleobjectief brengt je in dat kleine landschap, en die foto's vertellen vaak meer over een plek dan een breed overzicht. Wil je verder de diepte in over deze keuzes?
Nando Harmsen schreef De Landschapsbijbel, een toegankelijk boek met 101 praktische tips. Hij gaat onder andere in op de objectiefkeuze, en laat aan de hand van voorbeelden zien hoe verschillende brandpunten een totaal andere foto opleveren bij hetzelfde uitzicht. Een goed boek voor naast je koffie op de zondagochtend.
What's in your bag, de standaarduitrusting
De ene fotograaf reist licht, de ander sleept een halve studio mee. Hieronder de items die je bij de meeste landschapsfotografen terugziet, en waarom.
Camera en lenzen
Een full frame of crop body, met liefst twee of drie lenzen die samen het bereik van groothoek tot tele afdekken. Een tweede body is mooi maar geen must, behalve als je verre reizen maakt en de zekerheid wilt.
Statief
Bij landschapsfotografie is een statief geen luxe. Het maakt lange sluitertijden mogelijk, dwingt je tot rust in je compositie, en zorgt dat je foto's haarscherp zijn op de plekken waar het ertoe doet. Kies een statief dat stevig is maar niet onhandelbaar zwaar. Carbon is licht en duurder, aluminium is goedkoper en zwaarder. Beide werken.
Filters
De drie filters die je het vaakst tegenkomt: een polarisatiefilter om reflecties weg te halen en kleuren te verzadigen, een ND-filter voor lange sluitertijden bij vol licht, en een gradient filter om de heldere lucht te temperen ten opzichte van een donker landschap.
Voor de berekening van je sluitertijd met een ND-filter is een snelle calculator handig, en die heb ik op deze website gezet zodat je hem in het veld op je telefoon kunt gebruiken.
Afstandsbediening of zelfontspanner
Om trillingen te voorkomen bij lange sluitertijden. Veel camera's hebben ook een app waarmee dit via je telefoon kan.
Reservebatterijen en geheugenkaarten
Vooral in de kou loopt een batterij sneller leeg dan je denkt. Een paar reserves, warm in een binnenzak, voorkomt een vroeg einde aan een mooie ochtend.
Lensdoekjes en een blaaspijpje
Mist, spatwater, stof. Je lens vervuilt op locatie sneller dan thuis. Maak hem schoon voordat je afdrukt, niet pas bij de bewerking.
Goede kleding
Het belangrijkste. Een doorweekte of verkleumde fotograaf maakt geen geduldige foto's. Lagen, waterdicht, stevige schoenen. Pak je rugzak alsof je een halve dag op één plek kunt blijven staan.
Waar de landschapsfotograaf op let
Locatie en uitzicht zijn maar het begin. Het verschil tussen een vlakke foto en eentje die werkt, zit in een paar dingen waar je je oog op moet trainen. Licht is het belangrijkste. Het gouden uur, kort na zonsopkomst en kort voor zonsondergang, geeft warme schaduwen en zachte kleuren. Het blauwe uur daarvoor of daarna, geeft een koel egaal licht met soms een onverwacht sterke sfeer. Middaglicht is meestal hard en weinig vriendelijk voor het landschap, behalve onder bewolking of in dieper gelegen plekken zoals bossen en kloven.
Compositie volgt. Een goede landschapsfoto heeft een duidelijke voorgrond, middengrond en achtergrond. Een lijn die je het beeld in trekt, een rots, een pad, een rivier. Een onderwerp dat de aandacht vasthoudt, ook al is het klein in het kader. De regel van derden helpt, maar wordt net zo vaak gebroken als gebruikt door fotografen die hun werk kennen. Weer is bondgenoot en tegenstander. Een grijze egale lucht is meestal saai. Maar wolken, mist, regenbuien die net opklaren, sneeuwjacht, dat zijn de momenten waarop landschappen tot leven komen. Plan je shoot rond de weersverwachting, niet rond een vaste agenda.
Geduld is misschien wel de grootste vaardigheid. Op locatie aankomen, je statief opzetten, en dan een uur wachten tot het licht zich ontwikkelt. De meeste mensen op dezelfde plek zijn al lang weer weg als jij je beste foto maakt. En tot slot: leer je locatie kennen voordat je gaat.
Wanneer komt de zon precies op vanuit dit standpunt? Waar valt het licht op welk moment? Een tool als de gouden uur planner helpt je bij het voorbereiden, zodat je niet hoeft te gokken.
Drie droombestemmingen
Iedereen heeft zijn eigen lijst. Deze drie staan op de mijne, niet omdat ze de meest gefotografeerde plekken ter wereld zijn, maar omdat ze elk iets wezenlijk anders bieden.
De Lofoten, Noorwegen
Een eilandengroep boven de poolcirkel waar de bergen recht uit de zee oprijzen. In de winter sneeuw, noorderlicht en lange blauwe uren. In de zomer middernachtzon die uren zacht licht oplevert. Visserdorpjes met rode huisjes tegen donkere rotsen. Een plek die fotografen jarenlang blijft trekken.
Patagonië, Argentinië en Chili
Het zuidelijke uiteinde van Zuid-Amerika. Torres del Paine, Fitz Roy, gletsjers, steppes, gigantische luchten. Onvoorspelbaar weer dat in een uur drie keer kan omslaan. Niet eenvoudig te bereizen, maar wie er is geweest praat er anders over dan over andere reizen.
IJsland
Een buitencategorie. Watervallen, basaltkusten, ijsstranden, vulkanisch landschap, mosvelden, gletsjerlagunes. Ook nog eens goed bereikbaar vanuit Nederland. Het is een populaire plek geworden, maar de eilanden zijn groot genoeg dat je in een dag tijd genoeg lege horizon vindt.
Tot slot
Landschapsfotografie leert je iets dat in weinig andere fotografievormen zo sterk terugkomt: dat de mooiste foto niet ontstaat doordat jij iets doet, maar doordat jij op het juiste moment op de juiste plek staat met je camera klaar. Het is werk van voorbereiding, geduld en blijven kijken. Pak je tas, kijk naar het weerbericht, kies een uur waarop het licht meewerkt, en ga.